Praktijk van Dijen
035 5412936
WelkomFysiotherapieManuele TherapieOedeemtherapieClaudicatio/etalage benenReuma-oefengroepDry NeedlingAcupunctuurBICOM-therapieBicom Body CheckFavoriete linksdisclaimer

Behandelmethode
KANS/RSI
Aandoeningen


Aandoeningen

Op deze pagina staan voorbeelden van aandoeningen en klachten beschreven die wij regelmatig in de praktijk tegen komen.

 

 

 

 

 

Hernia

 

 

Een hernia (Hernia Nuclei Pulposi, HNP) is een uitstulping van de tussenwervelschijf. Deze uitstulping drukt op een zenuw, waardoor pijnklachten in het been ontstaan, eventueel met verschijnselen van uitval van de zenuw (doof gevoel of krachtsvermindering).

De meest voorkomende hernia's liggen tussen de 4e en de 5e en tussen de 5e lendenwervel en het heiligbeen. Op deze niveaus treden 90% van alle hernia's op, de overige 10% zitten een etage hoger. De tussenwervelschijf bestaat uit een elastische kern die omgeven is door een vezelige ring. De achterkant van het wervelkanaal wordt gevormd door de wervelbogen die in een doornuitsteeksel uitlopen, waartussen een stevig band is uitgespannen. In het wervelkanaal bevindt zich het ruggenmerg dat echter niet verder reikt dan de eerste lendenwervel. Onder dit niveau zijn er alleen nog zenuwwortels die in het wervelkanaal verlopen en waarvan er telkens een links en een rechts tussen twee wervels door het wervelkanaal verlaten.

Slijtage of degeneratie van een tussenwervelschijf is een normaal proces dat bij iedereen in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Bij de degeneratie kan de tussenwervelschijf gaan uitpuilen, er kan echter ook een scheur in de vezelring optreden. Hier doorheen kunnen stukken uit de kern naar voren gedrukt worden in de richting van het wervelkanaal. Meestal scheurt de ring op de zwakste plek en dat is precies waar de zenuwwortel het wervelkanaal verlaat.

                                             

Iedereen kan een hernia krijgen, waarom dit bij de een wel en bij de ander niet gebeurt is niet bekend. Wel zie je hernia's iets vaker in bepaalde families optreden. Zwaar werk met veel bukken en tillen kan wel meer rugklachten geven, maar het ontstaan van een hernia wordt er niet door veroorzaakt. Hernia's komen even vaak voor bij mensen met licht en zwaar werk. Opvallend is dat rugoperaties bij rokers veel vaker nodig zijn en ook nog tot slechtere resultaten leiden dan bij niet-rokers.

Meestal gaan rugklachten aan het optreden van een hernia vooraf. Heel veel patiënten hebben wel eens een spitaanval gehad. De verschijnselen van de hernia bestaan echter uit pijn die in het been uitstraalt, eventueel met een doof of prikkelend gevoel. Deze pijn treedt op in het verzorgingsgebied van de zenuw waarop de druk wordt uitgeoefend. Druk op de zenuw kan een verlies van functie van de zenuw betekenen.

De functie van de zenuw is tweeledig: de zenuw verzorgt de spieren, maar ook een huidgebied. Iedere zenuw heeft zijn "eigen" spier en huidgebied. De stoornissen die kunnen optreden kunnen bestaan uit verlammingsverschijnselen van een of meer spieren, of een prikkelend dan wel doof gevoel. Omdat bij hoesten, niezen en persen (HNP) de druk in het wervelkanaal wordt verhoogd, dus ook de op de zenuwwortel, kan de pijnuitstraling toenemen. Uit de beschrijving van de pijnuitstraling en uit de bij onderzoek eventueel vastgestelde uitval is al vaak te zien om welke zenuw het gaat.

Wij behandelen hernia’s (en andere aanverwante rugklachten) o.a. met McKenzie therapie. Voor meer informatie hierover kunt u kijken onder het kopje “Behandelmethoden”. Oefentherapie is ook een belangrijke factor in de behandeling van rugklachten/hernia’s. Hierdoor wordt o.a. de belastbaarheid en de stabiliteit van rug(spieren) verbeterd.

Tenniselleboog

De officiële naam voor een tenniselleboog is epicondylitis lateralis.

Een tennisarm is een steriele (niet bacteriële) ontsteking aan de buitenkant van uw elleboog, om precies te zijn, aan de aanhechtingen van de pees aan het bot (buitenste botuitsteeksel van de bovenarm).
De ontsteking treedt op als reactie op bijvoorbeeld irritatie door overbelasting of het niet juist uitvoeren van steeds herhalende bewegingen.
Er ontstaan één of meer kleine scheurtjes ter hoogte van de oorsprong van de spier bij de elleboog, hierdoor wordt littekenweefsel gevormd wat uiteindelijk voor pijnklachten zor
gt.

 

 

De symptomen van een tennisarm:

• pijnklachten aan de buitenzijde van de elleboog
• soms uitstraling naar onderarm, pols en hand
• verlies van kracht en evt. coördinatie stoornissen

De pijnklachten treden op als de strekspieren van de pols en hand worden aangespannen, bijv.

• bij het geven van een hand
• als u iets bovenhands op wilt pakken (bijv. met je vingertoppen een volle fles oppakken)

 

Tennisarmklachten kunnen ook verband houden met nek- en schouderproblemen.

Uiteraard moet dan ook de nek en of schouder worden behandeld met manuele- en/of oefentherapie. Wij behandelen de tenniselleboog- en de eventuele nekklachten o.a. met Mulligantechnieken, triggerpointsbehandelingen en microstroomaplicaties. Kijk voor meer informatie hierover onder het kopje “Behandelmethoden”.

Golferselleboog

De golfarm, ofwel epicondylitis medialis, is een soortgelijke blessure als een tennisarm. Bij de golfarm echter, zit de pijn aan de binnenkant van de elleboog. De structuren van de binnenkant van de elleboog worden overbelast. De behandeling van de golfarm berust op dezelfde principes als van de tennisarm.

 

 

 

 

Regelmatig wordt er door artsen gekozen voor een Cortison-injectie. Een cortison injectie wordt vaak overwogen om een tennisarm of golfersarm te behandelen. Dit kan zeer nadelige gevolgen hebben voor het kapsel, pezen en het kraakbeen. Huisartsen die een injectie geven hebben geleerd dat drie injecties de maximale hoeveelheid is die in een kort tijdsbestek gegeven mogen worden. Dit is niet zomaar. Cortisonen kunnen veel schade aanrichten en de pees zal hoe dan ook verzwakken. Een bijkomend feit is dat 3 maanden na de injectie het probleem weer terugkomt en er vervolgens vaak een chronische irritatie van het kapsel en pezen overblijft. Gevolg: vocht in het gewricht. De elleboog kan 's nachts en 's morgens zeer stijf en pijnlijk aan gaan voelen. Dit is het gevolg van het vocht en niet zozeer de tenniselleboog zelf.

Eerlijkheidshalve moet er bij gezegd worden bij sommige patienten de injectie wonderen verricht. De injectie is dan vaak ook op goed geluk op de juiste plaats gezet.

Als u overweegt tot het laten injecteren van de tennisarm bedenk dan ook dat de kans zeer groot is dat het over enkele maanden nog erger kan zijn.

Als laatste willen we vermelden dat de combinatie van een injectie en op een later tijdstip gips of omgekeerd ernstig af te raden is. Als de tennisarm daarna nog bestaat dan is kans op genezing zeer klein.  

Inversietrauma / distorsie van de enkel 

Bijna iedereen gaat wel eens “door zijn enkel”. Wanneer dit gebeurt en je voet klapt naar binnen, spreekt men van een inversietrauma.Vaak voelt men pijn aan de buitenkant van de enkel, de enkel wordt dik en lopen wordt pijnlijk en soms zelfs onmogelijk. Wat is er nu aan de hand?

Allereerst moeten we begrijpen hoe een enkel is opgebouwd. De enkel bestaat uit twee gewrichten, het bovenste spronggewricht en het onderste spronggewricht. Het bovenste spronggewricht bestaat uit het scheenbeen, het kuitbeen en het sprongbeen. Het onderste spronggewricht bestaat uit twee delen, een voorste deel en een achterste deel. Er lopen een aantal banden over deze gewrichten, deze worden ligamenten genoemd. Deze banden zijn vrij stug, maar bezitten enige rekbaarheid. Ze kunnen niet worden aangespannen, dit in tegenstelling tot spieren. Deze ligamenten laten bepaalde bewegingen tussen de gewrichten toe en verhinderen juist andere bewegingen. Wanneer je de enkel naar binnen buigt, komen de ligamenten aan de buitenkant op rek en remmen zo de beweging. Wanneer je de enkel naar buiten buigt, komen juist de binnenste ligamenten op rek. Wanneer je echter “door je enkel gaat”, worden de ligamenten zó ver opgerekt dat ze kunnen verrekken, of zelfs scheuren. Dit scheuren kan betekenen, dat er een klein scheurtje in één of meerdere ligamenten ontstaat, maar er kunnen ook ligamenten compleet afscheuren. Ook kunnen de gewrichten beschadigd of geblokkeerd zijn. Het inversietrauma kent dus meer gradaties, variërend van licht tot ernstig.

 

Hier volgen enkele tips over hoe te handelen bij een acuut inversietrauma:

  • Rust: Ga niet steunen op de aangedane enkel, wanneer dat pijn doet. Stop met de activiteit waarmee je bezig was.
  • IJs: Door zo snel mogelijk de enkel te koelen, kun je voorkomen dat de enkel erg dik wordt. Bovendien vermindert het de pijn. Mocht je geen ijs voorhanden hebben, dan kun je de enkel ook onder de koude kraan houden. Koel de enkel een kwartier tot twintig minuten (koud water mag tot een half uur). Doe het ijs nooit direct op de huid, dit kan brandwonden veroorzaken. Compressie: Door een compressieverband aan te leggen voorkom je wederom dat de enkel dik wordt.
  • Hoogleggen: Leg de enkel hoog neer (bijvoorbeeld op een kussen), zodat het bloed -onder invloed van de zwaartekracht- de neiging heeft in de richting van het hart te stromen. Ook nu voorkom je zwelling en bevorder je de afvoer van de zwelling.

Als er na een aantal dagen geen verbetering optreedt, of als je twijfelt aan de ernst van het inversietrauma, neem dan contact op met een arts of fysioherapeut. Die kan de enkel onderzoeken en kijken welke structuren allemaal aangedaan zijn. Aan de hand van de gegevens die verkregen zijn bij het onderzoek, kan dan begonnen worden met de therapie. Die kan bestaan uit het frictioneren (= een soort massage ter bevordering van het herstel) van de aangedane ligamenten. Ook kunnen de gewrichten worden gemobiliseerd. Vervolgens kan er begonnen worden met een oefenprogramma. Dit oefenprogramma bestaat onder andere uit coördinatieoefeningen voor de enkel om de stabiliteit van de enkel te verbeteren. Ten slotte kan de enkel in sommige gevallen worden ingetaped, zodat er nog met de enkel kan worden gesport of gelopen. Wij maken hierbij voornamelijk gebruik van Kinesiotaping. Voor meer informatie hierover kunt u kijken onder het kopje “Behandelmethoden”.  

 

Hoofdpijn en nekklachten

In grote lijnen zijn er drie groepen hoofdpijn

  • Migraine            
  • Spanningshoofdpijn of tensionheadache
  • Cervicogene hoofdpijn (hoofdpijn die wordt veroorzaakt door nekklachten)                                                  

 

Het is vooral de “cervicogene” hoofdpijn die goed te beïnvloeden is met specifieke technieken uit de fysiotherapie. Storingen in de functie van de nekgewrichten en/of de nek-/schouderspieren veroorzaken vaak hoofdpijn. De gewrichten kunnen blokkeren (op slot zitten) waardoor bewegen niet goed en pijnvrij mogelijk is. Spieren hebben bij cervicogene hoofdpijn een verhoogde spanning en vaak zijn er triggerpoints aanwezig. Zowel het opheffen van blokkeringen als het behandelen van de spieren leidt vaak tot afname of opheffen van de hoofdpijnklachten. Het opheffen van die blokkeringen gebeurt d.m.v. Mulligan en/of McKenzie technieken. De spieren worden behandeld m.b.v. massages, triggerpointbehandelingen en evt. Kinesiotaping. Voor meer informatie over deze behandelmethoden kunt u terug vinden onder het kopje “Behandelmethoden”.

Migraine is een hoofdpijn die meestal door de arts behandeld wordt met medicatie. Bij migraine zijn er echter ook vaak nekklachten die bij behandeling een positief effect hebben op de frequentie en intensiteit van de aanvallen. Bij spanningshoofdpijn moet er extra aandacht besteedt worden aan algehele ontspanning. Soms kan acupunctuur ook een goede keuze zijn om hoofdpijn te behandelen.

 

 


WelkomFysiotherapieManuele TherapieOedeemtherapieClaudicatio/etalage benenReuma-oefengroepDry NeedlingAcupunctuurBICOM-therapieBicom Body CheckFavoriete linksdisclaimer